In het programma Man was here voert Venus een nieuw werk voor kamerkoor uit. Gefascineerd door haar compositiestijl heeft Venus Evelin Seppar (Tallinn, Estland) gevraagd een nieuw werk te schrijven. Koorlid Hans Noijens, die zelf ook koordirigent is, sprak met haar naar aanleiding van deze compositie.

Click here for text in English

Interview: Hans Noijens – Vertaling: Bram Verkerke

Hoe werd je componist?

Toen mijn zus en ik nog heel jong waren gingen we al naar de muziekschool en speelden piano. Na een tijdje kwam ik tot de conclusie dat deze manier van muziek maken niet bij me past en begon ik met componeren. Toen ik vijftien was kreeg ik voor het eerst compositieles, wat een nieuwe wereld voor me opende. Vanaf de eerste les was ik er dol op. Op muziekschool zong ik ook in een koor en toen ik naar de Estse Academie voor Muziek en Theater ging begon ik daar een eigen koor met vrienden (voornamelijk componisten en dirigenten). Ik voel me steeds meer aangetrokken tot vocale muziek en de menselijke stem. Een koor als muziekinstrument is magisch en het is mijn grote favoriet.

28
Foto: Evelin Seppar door Tiina Talts

Hoe ontstaat een werk als A Tree?

Krista Audere vroeg me om een compositie te schrijven voor twee koren en twee dirigenten, en om Lodewijk van der Ree erbij te betrekken (dirigent, voormalig lid van Venus en partner van Evelin, red.) In het begin was het moeilijk om me voor te stellen hoe het zou werken: voor de dirigenten, de koren en natuurlijk voor het publiek. Het was een echte uitdaging en ik had het er moeilijk mee en twijfelde hoe ik het voor elkaar zou krijgen. Uiteindelijk kreeg ik een idee hoe het zou kunnen werken en kon ik het langzaam laten groeien. Leren hoe je een werk componeert met gelijktijdig twee verschillende tempi gaf veel voldoening: Ik houd wel van een uitdaging en leer graag nieuwe dingen.

De tekst was een ‘overblijfsel’ van het werk dat ik componeerde voor het Nederlands Kamerkoor in 2016 (Cities). Het is ontleend aan gedichten van Vasko Popa (1922-1991) en Czesław Miłosz (1911-2004) en gaat over twee verschillende werelden, twee manieren om tegen een boom aan te kijken. Dat paste mooi bij het idee om met twee koren te werken, met verschillende karakters en tempi.

Evelin Seppar 3 by Lodewijk van der Ree (2)
Foto: Lodewijk van der Ree

Hoe past jouw werk in de vocale traditie in Estland en de andere Baltische landen?

Omdat ik in Estland woon maak ik zelf deel uit van de vocale traditie en word ik er tot op zekere hoogte door beïnvloed. Ik denk dat de huidige nieuwemuziekscene hier vrij divers is, zoals overal op de wereld, wat maakt dat ieder een eigen plek kan vinden. Belangrijker dan het volgen van een bepaalde techniek of stijl is dat iemand zich oprecht kan uiten. Natuurlijk zijn er bepaalde trends in de vocale muziek, zoals de muziek van Rihards Dubra en Eriks Ešenvalds. Ik vind deze musici vergelijkbaar met Eric Whitacre. Ik voel me denk ik meer aangetrokken tot de muziek van Veljo Tormis en Arvo Pärt, maar dat is een kwestie van smaak.

Voor mij als componist is het belangrijkste dat ik mijn muzikale ideeën zo helder mogelijk houd, en zo min mogelijk gebruik maak van muzikale elementen. Ik kijk erg op naar componisten die dat kunnen, en die speels en fantasierijk blijven, zoals bijvoorbeeld Pelle Gudmundsen-Holmgreen. Voor mij is muziek een kunstvorm die me soms tot tranen kan roeren, me kan helpen ontsnappen aan de dagelijkse routine, waarbij ik de tijd vergeet en me verlies. Het kan pure magie zijn. Ik hoop dat ik op een dag zulke muziek kan maken.

Voor meer informatie over Evelin klik hier.

Voor informatie over het concertprogramma Man was here  klik hier.

Libretto, A tree: Samengesteld door Evelin Seppar uit de gedichten van Vasko Popa en Czesław Miłosz.

Tekst 1 (Vasko Popa) Tekst 2 (Czesław Miłosz)
I remembered where to turn but did not recognize the river.
Its color like that of reddish automobile oil,
no rushes and no lily pads.
They’re widening the street
clogged with traffic
they’re felling the poplars.
The bulldozers take a run-up
and with a single blow
knock down the trees.
One poplar just trembled
withstood the iron.
The bulldozer pulls back from her
prepares for the final charge.
In the huddle of passers-by
there’s an elderly man.
He takes his hat off to the poplar
waves his umbrella at her.
Don’t give in love.
Evening comes
I am walking here, now, before I am replaced in my turn.
Machines up above, the rumble of métro below.
The city lights up.
The nights are running out of darkness.
The river flows through a forest of oak and pine
I stand in grass up to my waist,
Breathing in the wild scent of yellow flowers.
Above, white clouds.
A tree
A green-eyed tree
It breathes and so it feeds
An anaemic star
You do not recognize me, but it’s me all the same,
You grew large, your shade is huge
I rejoice at seeing you, magical as always.
O the quiet of water under the rocks, and the yellow silence of the
afternoon, and the flat white clouds reflected.