Door Hilair Balsters, bij zijn zesde Venus-jubileum.

In 1986 was David Bowie 39 jaar. Een jonge god met veel hoogtepunten achter de rug en nog vele te gaan. Ik was toen 20 jaar. Een knulletje nog, al dacht ik daar zelf toen heel anders over. Het leven lachte me toe. Ik had een lok met rode krullen voor mijn ogen en probeerde me in kleding te onderscheiden van wie dan ook. Those were the days.

Heren

Wat ik toen niet wist, en nu wel, is dat ik 30 jaar zou blijven bij dat ene koor waar ik op een avond in januari 1986 auditie deed. Auditie doen. Best. En toch ook spannend. Ik zou wel zien. En zowaar, ik werd ‘aangenomen’ zo dat heet. Wat een arrogante lui daar. Maar zingen konden ze. Zo leek dat toen.

In twee alinea’s heb ik de clou verklapt. Niet te geloven, maar na die auditie, die rode lok en de leeftijd van 20 zijn 30 jaar verstreken. Ik ben zo’n man die – geheel tegen de tijdgeest in – is blijven plakken. Natuurlijk dwingt me dit tot nadenken. Mijn god, 30 jaar Venus. Ik kom in taal steeds tot uitersten. Het is zielig en lovenswaardig. Het is grappig en serieus. Het is gewoon en bijzonder.

Ik ben zo’n man die – geheel tegen de tijdgeest in – is blijven plakken.

Ik heb een neiging tot blijven plakken. Of meer poëtisch: ik ben trouwer dan gemiddeld. Ik ben 24 jaar met dezelfde man. Ik woon 23 jaar in hetzelfde huis. Ik heb vrienden van voor de middelbare school. Trouw zijn. Ouderwets in een tijd vol snelle wisselingen. En daardoor wellicht toch weer zeer modern.

Nu is dat trouw zijn niet echt een keuze of overtuiging. In zekere zin overkomt het me of laat ik momenten van scheiden voorbij gaan. Ik hak geen knopen door. Waar anderen melden dat ze hebben besloten dat het tijd is om te gaan, blijf ik. Soms tegen beter weten in. Voer voor psychologen. Ik weet eigenlijk best hoe dat komt. En ik laat het lekker zo.

Noem het conservatief, maar voor mij is het ook veilig. Dingen van toen behouden, terwijl ik volstrekt ben veranderd. Ik had bedacht een taart mee te nemen met daarop de eerste foto waar ik met Venus op sta, onder een kerkje in Friesland. Voor die taart was ik te laat, maar hier ligt een verzameling zoetigheid die mij representeert.

In mijn ouderlijk huis was een kast waar het snoep lag. Mijn vader was een zoetekauw en er lag chocolade te kust en te keur. En wat zo grappig is, diezelfde chocolade is nog steeds te koop: After eight, Toffifee. Anders dan bij mij is zelfs de verpakking nog hetzelfde. Trouw zijn.

In een mix van schaamte en trots: Venus dank! Hilair dank! Hulde aan mezelf als plakker, aartsconservatief, trouwe hond, angsthaas, durfal, zanger … vul maar aan!

Hilair Balsters

17 januari 2016